Overslaan naar inhoud

Wij zijn niet stug, wij zijn niet koud

27 oktober 2026 in
Jan van Herp



Couplet 1 — 19e eeuw: herenboer en landarbeider

In de veenkoloniën, modder en klei,

stond de herenboer hoog en de landarbeider erbij.

De één had het geld, de ander de rug,

en wie vroeg om zijn deel, kreeg de deur in het slot.

De kerk en de heer, die spraken één taal,

de arbeider zweeg, maar hij vergat het niet allemaal.

Want wantrouwen groeit waar de belofte niet komt,

en een dorp houdt de rekening bij, korrel voor korrel, stom.

Refrein

Wij zijn niet stug, wij zijn niet koud,

we hebben te vaak op een handtekening vertrouwd.

Afspraak is afspraak, dat was ons woord,

maar jullie braken het keer op keer aan onze poort.

Nee, dit is geen onveranderlijke onvrede,

dit is een rekening die niemand vereffende.

Couplet 2 — 1959: het gas in Slochteren

In negenvijftig, onder Slochteren’s grond,

ging de kraan open en de welvaart rond.

“Iedereen profiteert”, zo klonk het in Den Haag,

maar de buit ging naar de Randstad, de rommel naar hier, zo waag.

De burger kreeg woorden, de overheid het geld,

en wie toen al twijfelde, werd voor zeur versleten en geteld.

Maar nuchterheid is niet dom, en geduld is geen plicht,

wie “afspraak is afspraak” zegt, moet ook komen als hij zegt.

Refrein

Wij zijn niet stug, wij zijn niet koud,

we hebben te vaak op een handtekening vertrouwd.

Afspraak is afspraak, dat was ons woord,

maar jullie braken het keer op keer aan onze poort.

Nee, dit is geen onveranderlijke onvrede,

dit is een rekening die niemand vereffende.

Couplet 3 — jaren negentig/tweede millennium: de eerste scheuren

De eerste scheuren, de eerste beving,

“stel je niet aan”, was de eerste zegening.

Het loket werd een doolhof, het formulier een muur,

de NAM en Den Haag hielden stevig de deur.

De burger stond buiten met een scheur in de muur,

en binnen zat een ambtenaar met een stempel en een uur.

Zo werd wantrouwen geen emotie, maar een feit,

een diepgeworteld antwoord op een lange, scheve tijd.

Couplet 4 — 2012: Huizinge en daarna

Huizinge twaalf, de grond beefde hard,

muren aan scherven, vertrouwen in puin en zwart.

“Versterken komt goed”, maar de wachtlijst groeide,

terwijl de burger thuis in de kou stond en loog?

Nee, die loog niet — die wachtte, die leed,

die zag hoe elke toezegging weer een andere kant op gleed.

En wie dan boos wordt, is niet onredelijk of klein,

die houdt alleen vast aan wat ooit beloofd zou zijn.

Brug

Nuchterheid is niet dom, betrouwbaarheid geen plicht,

gemeenschapszin is niet iets wat je sloopt en weer sticht.

Wie “afspraak is afspraak” zegt en dan niet komt,

krijgt geen zeur, maar een muur waar hij op stoot — dat is de som.

Het wantrouwen is diepgeworteld, maar niet aangeboren,

het is de reactie van een regio die te lang niet wilde horen?

Nee — die te lang niet wíerd gehoord.

Laatste couplet — 2023 en verder: de kraan dicht, de schade blijft

En eind’lijk ging de kraan dicht, na jaren strijd,

maar de scheur blijft in de muur en de argwaan blijft.

De rekening is niet klaar, de erkenning is niet rond,

en een handtekening weegt minder dan een scheur in de grond.

Noem ons stug, noem ons koel, noem ons eigenwijs,

maar wij zijn niet onveranderlijk — wij zijn één keer te vaak besodemieterd, met bewijs.

Slotrefrein

Wij zijn niet stug, wij zijn niet koud,

we hebben te vaak op een handtekening vertrouwd.

Afspraak is afspraak, dat was ons woord,

maar jullie braken het keer op keer aan onze poort.

Nee, dit is geen onveranderlijke onvrede,

dit is een rekening die niemand vereffende.

Dit is Grunneger grond, en een nuchter mens vergeet

niet wie zijn woord brak — en wie zijn woord hield, niet.